60% Corvina en Corvinone, 30% Rondinella en 10% Molinara. Afkomstig van twee wijngaarden in de Classico zone rond de dorpen Negrar en San Pietro in Cairano met wijnstokken geplant in 1960 gelegen op een hoogte van 200m à 250m hoogte boven zeeniveau. Terroir van grind en morenen afkomstig zowel van een rivierbedding en als restanten van een oude gletsjer.
De naam “Pario” uit het Latijn betekent “gelijke delen”. De wijn is gemaakt van 50% Amaronesap en 50% Ripassosap. De blend blijft gedurende 6 maanden in inox tank en zal na overheveling gedurende 28 maanden op grote Slovanische eikenhouten vaten van 1000 en 2000L verder rijpen. Deze cuvée combineert de toegankelijkheid van een Ripasso wijn met de diepgang en de concentratie van een Amarone wijn.